De warme klank van de altviool

image_pdfimage_print

Interview met Amerentia

Amerentia van Lammeren

Als kind wilde Amerentia van Lammeren drums of trompet spelen in de fanfare van het dorp. Het liep toch anders. Op de muziekschool in de Bommelerwaard, kreeg zij vioolles, maar ‘ik had een hekel aan de e-snaar, die klonk zo hoog, niet mijn favoriet.’ Toen ze op les een altviool zag en hoorde, was het liefde op het eerste gezicht en gehoor! Wat een mooie warme klank!

Na de middelbare school kwam ze via de vooropleiding op het conservatorium en studeerde in Den Haag en Londen.

Terug in Nederland ging zij les geven en speelde zij bij diverse orkesten waaronder het Radio Symfonie Orkest. ‘Maar het allermooiste in dit vak vind ik strijkkwartet spelen met musici die op dezelfde golflengte zitten. Ik heb alles gespeeld wat ik wilde, ik ben helemaal tevreden.’

Nadat haar zoon en dochter geboren waren, ging zij vioolles geven op de muziekschool in Vianen, maar deed intussen ook de avondopleiding op de pabo. Met dat diploma op zak gaf ze daarna les op een basisschool, want lesgeven doet ze met veel plezier. Maar ondertussen speelde ze ook orkestmuziek.

Het gezin verhuisde naar Australië. Ook daar de combinatie van zelf spelen en les geven. Op een meisjesschool gaf ze les aan viool- en celloleerlingen, 1 op 1 en aan het leerlingenorkest. Terug  in Nederland geeft Amerentia drie dagen in de week les in alle vakken op een basisschool, de andere dagen zijn gereserveerd voor de muziek.

Op het Muziekfestival Utrechtse Heuvelrug is Amerentia te horen als altvioliste, maar ze is er ook ensemble-coach; daarover vertelt zij het volgende:
‘Als coach op het Muziekfestival geef ik op een andere manier les dan ik bij eigen leerlingen doe. Ik ben dan niet zo gespitst op techniek (behalve als het niet goed is), want techniek leren ze bij hun eigen docent, dat ga ik niet doorkruisen. Bij een kwartet focus ik op intonatie, samenspel en het gebruik van de strijkstok. Bijvoorbeeld: de een speelt met veel druk en weinig snelheid, de ander met veel snelheid en weinig druk. Dat moeten we op een lijn zien te krijgen. De articulatie is belangrijk, graag de strijkstok allemaal op dezelfde plaats van de snaar. Nog zoiets belangrijks: leren om naar elkaar te luisteren, dus een stukje met de ogen dicht spelen en de oren gebruiken. En alle instrumenten hebben een eigen rol. Heel belangrijk voor een kwartet: tegelijk ademhalen en met een vloeiende beweging inzetten.

Wat weten de deelnemers over de achtergrond van de muziek? Dus niet alleen de noten spelen maar ook iets weten over de componist en de tijd. Het is spannend om met elkaar aan een compositie te werken; er gebeurt altijd iets. Fijn als het kwartet (of trio of duo) blij de deur uit gaat!’

Interview door Beatrice Dees